Hoe leer je viool spelen?

Laatste update: 29.02.24

 

Wist je dat de viool tot één van de moeilijkst te bespelen strijkinstrumenten behoort? Maar is dat ook wel effectief het geval? En is het voordeliger om op latere leeftijd je eerste stappen in de wondere wereld van de viool te zetten? Dit en nog tal van andere zaken zoeken wij graag even voor jou uit zodat je bewust kunt kiezen voor dit unieke strijkinstrument. Ben je benieuwd, lees dan zeker even verder!

 

Wat is een viool?

Maar laat ons misschien eerst even van bij het begin beginnen want was is een viool en tot welke groep behoort dit instrument? 

Zoals in de inleiding reeds min of meer aangegeven, wordt de viool – net zoals de cello en de altviool overigens – beschouwd als een strijkinstrument dat gekenmerkt wordt door slechts 4 snaren. In vergelijking met de andere strijkinstrumenten die eveneens tot dit rijtje behoren, is de viool veruit het kleinste lid binnen de vioolfamilie. Maar vergis je niet, want ondanks zijn relatief compacte formaat, is het wel meteen het instrument met het hoogste bereik. De klank wordt daarbij voortgebracht door de trillingen van de snaren die op hun beurt worden aangehaald met behulp van een strijkstok (arco) of eenvoudigweg het tokkelen van de vingers. De houten klankkast – waarvan de meeste violen voorzien zijn – is bedoeld om de trillende snaren zoveel mogelijk te versterken.

Zoals je allicht al hebt opgemerkt wordt de viool in de meeste gevallen bespeeld door het instrument tussen de kin en de schouders te klemmen en vervolgens met de vingers van de linkerhand de snaren tegen de – vaak uit ebbenhout vervaardigde – toetsen te drukken. Met je andere hand dien je vervolgens de strijkstok of arco te bedienen, wat het geheel – ondanks zijn 4 snaren – best wel ingewikkeld kan maken.

 

De wondere wereld van de strijkinstrumenten

In het voorgaande stukje werd meteen duidelijk dat de viool tot de wereld van de strijkinstrumenten behoort en daarbij – met zijn 4 snaren – als het kleinste lid van de vioolfamilie kan en mag worden beschouwd. Maar over welke andere instrumenten hebben we het dan eigenlijk? Wij zetten deze hieronder graag even voor jou op een rijtje zodat je een beter idee krijgt van de familie waartoe de viool behoort.

Want als je belangstelling voornamelijk uitgaat naar de zogeheten strijkinstrumenten, dan betekent dit dat je in de meeste gevallen zult kiezen uit een viool, altviool of cello. Daarbij werd reeds duidelijk dat de viool het kleinste lid is binnen deze unieke familie en daarbij slechts 4 snaren telt. Toch is het ook net dit instrument dat garant staat voor misschien wel het grootste bereik. Bovendien zijn er heel wat mogelijkheden voor zowel kinderen alsook volwassen en kun je als volwassene – indien je niet zo groot bent – tegenwoordig zelfs kiezen voor een ⅞ viool. Een waardig alternatief kan eventueel ook de ¾ viool – in feite een kinderviool – zijn. Houd er in dit laatste geval wel rekening mee dat een kleiner formaat ook in een kleinere klankkast en dus beperkter geluid resulteert.

Dat brengt ons dan meteen tot de altviool die – in vergelijking met de eerder vernoemde viool – een veel beperkter solo-repertoire garandeert. Toch kun je met de altviool op het gebied van ensemble- én/ of orkestmuziek heel wat kanten uit. Hoewel de altviool eveneens 4 snaren telt, is hij qua klankkast wel iets groter in vergelijking met de klassieke viool, wat maakt dat de afstand tussen de verschillende tonen iets groter is. Dit maakt het instrument tevens een pak makkelijker te bespelen en garandeert een hogere mate van zuiverheid. In tegenstelling tot de traditionele viool, staat de altviool garant voor een prachtig diepe en warme klank.

De cello tot slot is een verhaal apart aangezien dit instrument je de mogelijkheid biedt om zowel laag alsook heel hoog te spelen. Dat betekent meteen ook dat er niet alleen heel wat mogelijkheden zijn op het gebied van solo-cello muziek maar tevens ook ensemble- én orkestmuziek. Puur qua uitstraling is er uiteraard een aanzienlijk verschil tussen de cello en de eerder vernoemde viooltypes. De extra grote klankkast maakt dat de afstanden tussen de tonen een heel pak groter zijn waardoor het iets makkelijker wordt om de juiste positie te treffen en bijgevolg dus zuiver te spelen. Wil je als volwassen persoon op leeftijd graag een strijkinstrument leren spelen, dan raden heel wat muzikanten meteen de cello aan vanwege zijn hogere mate van toegankelijkheid.

De cello is bovendien een instrument dat – in tegenstelling tot de viool en altviool – bespeeld wordt terwijl die comfortabel en met behulp van een staartpen op de vloer rust. Je hoeft het instrument met andere woorden niet te dragen, wat het opnieuw een pak toegankelijker maakt. Ben je als volwassen persoon niet meteen van de grootste dan kun je – net zoals bij de viool – opteren voor een ⅞ cello of een ¾ cello eveneens rekening houdend met het feit dat de klankkleur en het geluid lichtjes zal veranderen naargelang het formaat van de cello.

 

De onderdelen van de viool

Nu we goed weten tot welke familie de viool behoort, kunnen we wat dieper op het betreffende instrument ingaan. Want de viool mag dan wel het kleinste lid binnen de familie zijn, toch bestaat het instrument uit verschillende onderdelen.

Zo hebben we om te beginnen de klankkast – misschien wel één van de belangrijkste onderdelen aangezien de klankkast bedoeld is om de klank van de snaren zo goed mogelijk te laten uitkomen. De klankkast mondt vervolgens uit in de hals. Dit is het deel waarop zich de zwarte toets bevindt en waarop de violist met andere woorden zijn/ haar vingers plaatst. Het uiteinde van de hals wordt afgewerkt in een krul waarin – in iconisch geboorde gaten – de stemschroeven (1 voor elke snaar) zitten. Dit krulvormige stuk draagt op zich weinig bij aan de uiteindelijke klank en is meer bedoeld als een esthetisch onderdeel.

Vervolgens gaan we verder door naar het kinstuk. Dit is het onderdeel waar de violist – hoe kan het ook anders – zijn of haar kin op laat rusten. Afhankelijk van het type viool, kan het kinstuk uit kunststof dan wel hout vervaardigd zijn. Wist je bovendien dat ook de plaatsing van het kinstuk naargelang de viool lichtjes kan veranderen? Zo kan het ene kinstuk bijvoorbeeld iets meer aan de zijkant zitten terwijl het bij andere violen recht in het midden geplaatst werd.

Onder het kinstuk door, loopt het staartstuk waarin de uiteinden van de snaren bevestigd worden. Het geheel wordt afgewerkt met de kam; het onderdeel dat de trillingen van de snaren overbrengt op het bovenblad van de klankkast, de klankgaten, de toets, het achterblad, de stapel of ziel en uiteraard de snaren.

Viool leren spelen in enkele weken?

En ja hoor, dat brengt ons meteen tot de – misschien wel belangrijkste – vraag of het mogelijk is om één van de moeilijkste instrumenten in slechts enkele weken tijd te leren bespelen. Volgens sommige online leerplatformen zou het inderdaad mogelijk zijn om in slechts 10 weken tijd enkele eenvoudige melodieën en/ of liedjes te spelen met alle vingers én op alle snaren. Bovendien leren dergelijke leerplatforms je eveneens hoe je de viool perfect kunt onderhouden en op welke manier je het instrument moet stemmen.

Toch willen we daar even een kleine kanttekening bij maken want het spreekt voor zich dat het niet altijd zo vanzelfsprekend is als wordt beweerd. De viool wordt niet voor niets beschouwd als één van de moeilijkste instrumenten om te bespelen. Naast een bepaalde vorm van aanleg, moet je dus ook nog rekening houden met tal van andere factoren en zo is de leeftijd volgens ons – en menig ervaren muzikant – eveneens een heikel punt om in kaart te brengen.

 

Maar is dat wel zo?

Maar is dat wel zo? Kun je op slechts enkele weken tijd – bijna perfect – viool leren spelen? Het wordt door menig muzikant niet voor niets als één van de moeilijkste instrumenten beschouwd. Bovendien raden velen aan om er zo vroeg mogelijk mee te beginnen aangezien je als kind net dat tikkeltje flexibeler bent in het aanleren en plaatsen van de vingers. In de bovenstaande inleiding werd bovendien ook al meermaals duidelijk dat volwassenen die op een gezegende leeftijd beginnen met het bespelen van een strijkinstrument, toch beter kiezen voor de cello vanwege de grotere ruimte tussen de verschillende tonen en dus de grotere mate van toegankelijkheid.

De voornaamste redenen waarom heel wat ervaren viooldocenten afraden om op latere leeftijd viool te leren spelen, heeft vooral te maken met de ergonomische aspecten van de viool. De viool is het kleinste lid binnen de familie van de strijkinstrumenten waardoor de positie van de handen en vingers cruciaal is om zo loepzuiver mogelijk te spelen. Daarnaast vergt zo’n instrument behoorlijk wat geduld, toewijding en is de kans om er professioneel mee aan de slag te gaan op latere leeftijd vrijwel nihil.

 

Voordelen van op latere leeftijd te starten

Hoewel het dus voor oudere personen minder aan te raden is om met de viool te starten, biedt een gezegende leeftijd natuurlijk ook heel wat pluspunten. Zo blijken volwassen muziekleerlingen over het algemeen veel gemotiveerder te zijn in vergelijking met jonge muzikanten. Daarnaast beschikken de meeste oudere muziekleerlingen over een goede portie zelfdiscipline en planningsvaardigheden; eigenschappen die wel eens cruciaal kunnen zijn om de wereld van de viool binnen te stappen.

Kortom; dat de viool een behoorlijk ingewikkeld instrument is dat heel wat tijd en toewijding vraagt, staat niet langer ter discussie. Toch is het een instrument dat zowel door jong als oud kan worden bespeeld zolang de zin om te leren en te oefenen maar aanwezig is. Wil je dus graag een viool kopen als beginner, neem dan rustig de tijd om op zoek te gaan naar het instrument dat qua design, ergonomie en formaat het beste bij jou past.

 

 

 

KOMMENTAR VERFASSEN

0 KOMMENTARE